Woordenboek voor restauranteigenaren
Een handig naslagwerk met de belangrijkste termen, tools en vaktaal uit de horeca. Met deze woordenlijst begrijp je veelgebruikte termen, stroomlijn je…
In dit artikel
Een handig naslagwerk met de belangrijkste begrippen, tools en vaktaal uit de restaurantwereld.
Met deze woordenlijst begrijp je veelgebruikte begrippen, laat je je zaak soepeler draaien en communiceer je duidelijker met je team, leveranciers en gasten, of je nu je eerste restaurant opent of een bestaande zaak verbetert.
1. Bedrijfsvoering en management
- Front of House (FOH): Het deel van het restaurant waar gasten worden bediend (bijvoorbeeld de restaurantzaal en de ontvangst).
- Back of House (BOH): De ruimtes achter de schermen, zoals de keuken, de opslag en de personeelsruimtes.
- POS System (Point of Sale): Kassasysteem: software en hardware om transacties af te handelen, bonnen te printen en verkopen bij te houden.
- Inventory Management: Voorraadbeheer: een systeem om de voorraad eten en benodigdheden, het verbruik en de bestellingen bij te houden.
- Table Turnover: Hoe vaak een tafel tijdens een service bezet raakt en weer vrijkomt.
- Cover: Eén bediende gast (in het Nederlands vaak ‘couvert’); wordt vaak gebruikt om het omzetpotentieel te meten (bijvoorbeeld ‘We hadden vanavond 80 couverts’).
2. Personeel en hr
- Host/Hostess: Gastheer of gastvrouw: ontvangt gasten en brengt ze naar hun tafel.
- Server/Waitstaff: Bediening: neemt bestellingen op en serveert eten en drinken.
- Busser: Helpt de bediening door tafels af te ruimen en opnieuw te dekken.
- Chef de Cuisine (Executive Chef): Chef-kok: hoofd van de keuken, verantwoordelijk voor de menukaart en de gang van zaken.
- Line Cook: Kok die eten bereidt op een vaste post (bijvoorbeeld grill of sauté).
- Kitchen Porter/Dishwasher: Afwasser: maakt borden en keukengerei schoon.
3. Menu en service
- Prix Fixe Menu: Een vast menu met een vaste prijs voor een aantal gangen.
- À la Carte: Gerechten die apart geprijsd en apart besteld worden.
- Upselling: Gasten aanmoedigen om extra of duurdere producten te bestellen.
- Food Cost Percentage: De verhouding tussen de kosten van de ingrediënten en de menuprijs; wordt gebruikt om de winstgevendheid te beoordelen.
- Specials: Gerechten die tijdelijk op de kaart staan, om creativiteit te laten zien of overgebleven ingrediënten te gebruiken.
4. Technologie en tools
- Restaurant Booking System: Reserveringssysteem: software om reserveringen te beheren (bijvoorbeeld Resos).
- RMS (Restaurant Management System): Geïntegreerde tools voor reserveringen, bestellingen, betalingen en rapporten.
- Kitchen Display System (KDS): Digitaal scherm dat geprinte bestelbonnen in de keuken vervangt.
- QR Menu: Digitale menukaart die je opent door een QR-code te scannen.
- RwG (Reserve with Google): Reserveren met Google: een koppeling waarmee gasten rechtstreeks via Google reserveren.
5. Klantenservice en gastbeleving
- Guest Recovery: Wat je doet om een klacht of een slechte ervaring van een gast recht te zetten.
- Loyalty Program: Spaarprogramma: voordelen die gasten aanmoedigen om terug te komen (bijvoorbeeld punten of kortingen).
- No-Show: Als een gast niet op een reservering verschijnt zonder af te zeggen.
- Walk-In: Gasten die zonder reservering binnenlopen.
6. Marketing en omzet
- Average Check (Per Cover): Het gemiddelde bedrag dat een gast besteedt.
- Turnover Rate (Staff): Personeelsverloop: hoe vaak medewerkers vertrekken en vervangen worden.
- SEO (Search Engine Optimization): Zoekmachineoptimalisatie: je restaurant online beter vindbaar maken.
- ROI (Return on Investment): Wat een investering oplevert in verhouding tot wat je erin stopt, bijvoorbeeld in advertenties of software.
7. Regelgeving en veiligheid
- HACCP (Hazard Analysis Critical Control Point): Voedselveiligheidssysteem voor het bereiden en bewaren van eten.
- Food Handler’s Certificate: Certificaat dat je nodig hebt om met de bereiding en verwerking van eten te werken.
- Licensing: De vergunningen die je nodig hebt voor het serveren van eten, het schenken van alcohol, hygiëne-eisen en meer.
- Allergen Labelling: Het vermelden van allergenen (noten, gluten, zuivel en meer) op de menukaart.
Woordenlijst van A tot Z
Tik op een letter om naar dat deel te gaan. Klik op een begrip om de uitleg te openen.
A
À la carte
Een menuvorm waarbij elk gerecht apart geprijsd is.
Average Check (Avg. Check)
Het gemiddelde bedrag dat een gast tijdens een maaltijd besteedt.
B
Back of House (BOH)
Het deel van het restaurant dat gasten niet zien, zoals de keuken en de opslag.
Bar POS
Een kassasysteem dat is afgestemd op het werk achter de bar, vaak met snel rekeningen openen en het bijhouden van sterkedrank.
Booking System
Software om reserveringen en walk-ins efficiënt te beheren.
Bev nap
Klein servetje dat onder een drankje wordt gelegd.
Blue plate special
Een voordelig dagmenu.
Busser
Medewerker die tafels afruimt en opnieuw dekt.
C
Campers
Gasten die na het eten nog lang aan tafel blijven zitten.
Chef de partie
Kok die verantwoordelijk is voor een bepaalde post in de keuken.
Comp
Iets wat een gast van het huis krijgt.
Cover
Eén bediende gast in een restaurant. ‘100 covers’ betekent 100 gasten.
Cost of Goods Sold (COGS)
De totale kosten van ingrediënten en voorraad die zijn gebruikt voor de verkochte gerechten.
Curbside pickup
Service waarbij gasten hun bestelling ophalen zonder het restaurant binnen te gaan.
D
Dead plate
Een gerecht dat niet meer geserveerd kan worden door een fout of vertraging.
Deuce
Een tafel voor twee personen.
Dine and dash
Als een gast vertrekt zonder te betalen.
Double seating
Een tafel twee keer bezetten tijdens één service.
Drop
Beginnen met het bereiden van een gerecht.
Dupe
Kopie van een bon of bestelbon.
E
Early bird special
Maaltijden met korting vroeg op de avond.
Eight-six (86)
Geeft aan dat een gerecht of product op is.
Expeditor (Expo)
Medewerker die zorgt dat bestellingen op tijd klaar zijn en naar de tafel gaan.
Entremetier
Kok die verantwoordelijk is voor groenten, soepen en zetmeelproducten.
F
Family meal
Personeelsmaaltijd: eten dat voor en door het team wordt gemaakt en samen wordt gegeten.
FIFO
Voorraadmethode: First In, First Out (wat het eerst binnenkomt, gaat er het eerst uit).
Fire
Commando om te beginnen met het bereiden van een gerecht.
Flash
Eten snel opwarmen vlak voor het serveren.
FOH (Front of House)
De ruimtes die gasten zien, zoals de restaurantzaal en de bar.
Food runner
Medewerker die gerechten van de keuken naar de tafels brengt.
G
Garde manger
Kok die verantwoordelijk is voor koude gerechten, zoals salades en vleeswaren.
Ghost kitchen
Keuken die alleen bezorgt, zonder plek om ter plekke te eten.
Grillardin
Kok die gespecialiseerd is in gegrilde gerechten.
Gueridon service
Gerechten die aan tafel worden bereid en geserveerd.
H
Happy hour
Periode met korting op eten en drinken.
High-top
Hoge tafel, vaak in het bargedeelte.
Hockey puck
Slang voor een doorgebakken hamburger.
Host/Hostess
Gastheer of gastvrouw die gasten ontvangt en naar hun tafel brengt.
I
In the weeds
Overspoeld met werk tijdens de service.
Inventory management
Voorraadbeheer: de voorraad bijhouden en op peil houden.
Iron chef
Slang voor een zeer bekwame kok.
J
Jockey box
Draagbare koelbox om tapbier mee te tappen.
K
KDS (Kitchen Display System)
Digitaal scherm dat bestellingen in de keuken toont.
Kill it
Vlees helemaal doorbakken.
L
Line Cook
Kok die verantwoordelijk is voor een vaste post in de keuken.
Loyalty program
Spaarprogramma dat terugkerende gasten beloont.
M
Maître d’
Hoofd van de bediening, die toeziet op de service.
Mise en place
Het klaarzetten en ordenen van ingrediënten voordat je gaat koken.
Monkey dish
Klein schaaltje voor sauzen of bijgerechten.
N
No-call
Een medewerker die afwezig is zonder dat te melden.
No-Show
Een gast die een tafel reserveert en niet komt opdagen zonder af te zeggen.
Nuke it
Informele term voor eten snel opwarmen in de magnetron.
O
Omakase
Japanse manier van eten waarbij de chef de gerechten kiest.
On the Fly
Dringend verzoek om een gerecht snel te bereiden.
Open table time
Beschikbare tijdsloten voor reserveringen.
P
Par level
De standaardhoeveelheid voorraad die je altijd op peil houdt.
Pâtissier
Banketbakker in de keuken.
Pick up
Commando voor de bediening om klaargemaakte gerechten op te halen.
POS (Point of Sale)
Kassasysteem om verkopen af te handelen.
Prix fixe menu
Vast menu met vaste gangen en een vaste prijs.
Q
Quick service restaurant (QSR)
Fastfoodzaak met beperkte bediening aan tafel.
R
Ramekin
Klein schaaltje voor sauzen of desserts.
Reserve with Google
Reserveren met Google: een functie waarmee gasten reserveren via de platforms van Google.
Rôtisseur
Kok die gespecialiseerd is in gebraden en gestoofd vlees.
S
Saucier
Kok die verantwoordelijk is voor sauzen en gesauteerde gerechten.
Service charge
Servicekosten: een vast bedrag dat automatisch op de rekening komt, vaak in plaats van een fooi.
Signature dish
Het visitekaartje van een chef of restaurant: het gerecht waar ze om bekendstaan.
T
Table turnover
Hoe vaak een tafel tijdens een service gebruikt wordt.
Turnover Rate (Staff)
Personeelsverloop: het tempo waarin medewerkers vertrekken en vervangen worden.
U
Upselling
Gasten aanmoedigen om extra of duurdere producten te bestellen.
V
Void
Een transactie of product van de rekening halen in het kassasysteem voordat de betaling is afgerond.
Vegetarian/Vegan Friendly
Termen voor gerechten of restaurants die inspelen op een plantaardig dieet. Op menukaarten staat vaak een ‘V’-symbool.
W
Walk-In
Een gast die zonder reservering binnenloopt.
Waitlist
Wachtlijst: een systeem om gasten te beheren die op een tafel wachten als het restaurant vol zit.
Meer reserveringen, een soepelere service.
Meld je gratis aan
Maak in een paar seconden je account aan. Geen creditcard nodig.
Stel je restaurant in
Voeg je openingstijden, ruimtes en plattegrond toe met onze eenvoudige drag-and-drop-editor.
Ontvang je eerste reservering
Zet je reserveringslink op je website en social media. Geen programmeerkennis nodig.